Ossip Zadkine

Ossip Zadkine (1890-1967) geniet in Nederland vooral bekendheid als de maker van het expressieve oorlogsmonument De verwoeste stad. Dit zes meter hoge beeld werd in 1953 aan de Leuvehaven in Rotterdam geplaatst. Zadkine had na de oorlog een naam op te houden. Hij exposeerde veelvuldig in Europa, de Verenigde Staten en Japan.

Na een moeilijke beginperiode , waarin ossip Zadkine onvoldoende geld had om zijn werk in brons te laten gieten en noodgedwongen in steen of hout hakte (enkele terracotta-beelden niet meegerekend), brak rond 1930 de tijd aan dat hem financieel beter ging.

In de jaren '20 had Zadkine's drie-en tweedimensionale oeuvre een snelle ontwikkeling doorgemaakt. Tijdschriften in binnen- en buitenland wijdden artikelen aan hem. Voor het eerst werd zijn kunst met een zekere regelmaat in Parijs en in het buitenland geëxposeerd.

Zadkine in zijn atelier, rue d'Assas.
Circa 1950. Foto Sabine Weiss

Zo organiseerde in 1923 de Utrechtse kunsthandel Gerbrands, destijds gevestigd in de Brigittenstraat, op een steenworp afstand van de Nieuwegracht waar sinds eind jaren '70 Galerie Quintessens is gevestigd, zijn eerste kleine expositie in Nederland. Hier waren ook aquarellen en gouaches te koop, kleurige 'schilderijen' die niet bedoeld waren als voorstudie voor beelden, maar als zelfstandige kunstwerken.

Mede dankzij het succes dat Ossip Zadkine en zijn vrouw, de schilderes Valentine Prax (1897-1981) in België en Nederland genoten, kon dit paar gaan uitkijken naar een eigen atelier-woning in Parijs. Hun 'lustoord' vonden ze in 1928, achter de rue d'Assas, tussen Jardin du Luxembourg en Montparnasse. Dit witte huis zou na de dood van Valentine Prax door de stad Parijs ingericht worden als Zadkine-museum.

Quatre nus dans un paysage, 1921,
aquarel, 44 x 34 cm.

De beweeglijke, lyrische beelden die rond 1930 ontstonden, waren ver verwijderd van de streng geometrische sculpturen van rond 1920. Voor zijn nieuwe beelden in brons hanteerde Zadkine een geheel andere werkwijze. Op een geraamte van ijzerdraad bracht hij gips aan, dat vervolgens zorgvuldig werd bewerkt. Steeds ingewikkelder werden deze constructies, die na de Tweede Wereldoorlog zelfs een barok karakter kregen. Niet langer nam de beeldhouwer iets van de hoofdvorm af door te hakken of te snijden, daarentegen voegde hij vormen aan de kern toe: armen, benen, een paar takken of een muziekinstrument. Want musici en ook harlekijns bleef Zadkine tot ver in de jaren '50 weergeven.

Le violoncelliste, 1935, brons,
44 x 21 x 24 cm.

Voor het eerst kon hij in deze tijd 'in serie' bronzen beelden maken, hoewel het aantal gietsels van een beeld meestal tot twee of drie exemplaren beperkt bleef. Rond 1960 liet Zadkine de gesloten vorm helemaal los en maakte hij verschillende opengewerkte beelden, sommige metershoog. In Nederland kreeg een dergelijk beeld, in het voorjaar van 1968, enkele maanden na Zadkine's dood, een plaats tegen de gevel van het hoofdkantoor van de Nederlandsche Bank in Amsterdam.

'Le retour du marin', 1954, gouache,
65 x 50 cm.

Literatuur:

S. Lecombre, 'Musée Zadkine. Sculpturé ', Parijs, 1989
S. Lecombre, 'Ossip Zadkine. L'oeuvre sculpté ', Parijs, 1994
M. Jager e.a. 'Ossip Zadkine. Het onbekende oeuvre', Zwolle, 2001

 

 
Meer informatie:
 
www.galeriequintessens.nl